Betekenis van het woord scar in het Nederlands

Wat betekent scar in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

scar

US /skɑːr/
UK /skɑːr/
"scar" picture

Zelfstandig Naamwoord

1.

litteken

a mark left on the skin or within body tissue where a wound, burn, or sore has not healed completely and fibrous connective tissue has developed

Voorbeeld:
•
He had a large scar on his arm from the accident.
Hij had een groot litteken op zijn arm van het ongeluk.
•
The surgery left a noticeable scar.
De operatie liet een opvallend litteken achter.
2.

litteken, trauma

a lasting adverse effect left by an unfortunate or traumatic experience

Voorbeeld:
•
The war left deep emotional scars on the survivors.
De oorlog liet diepe emotionele littekens achter bij de overlevenden.
•
His betrayal left a permanent scar on their friendship.
Zijn verraad liet een permanente litteken achter op hun vriendschap.

Werkwoord

1.

verminken, littekens achterlaten

mark with a scar

Voorbeeld:
•
The accident scarred his face.
Het ongeluk verminkte zijn gezicht.
•
The old wound had scarred over.
De oude wond was genezen.
2.

traumatiseren, beschadigen

cause lasting psychological harm or distress to

Voorbeeld:
•
The traumatic event scarred him for life.
De traumatische gebeurtenis tekende hem voor het leven.
•
Her harsh words deeply scarred his confidence.
Haar harde woorden beschadigden zijn zelfvertrouwen diep.
Gerelateerd Woord: