Betekenis van het woord screw in het Nederlands

Wat betekent screw in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

screw

US /skruː/
UK /skruː/
"screw" picture

Zelfstandig Naamwoord

1.

schroef

a metal pin with a spiral ridge running along its length and a grooved head, used to join things together by being rotated so that it pierces and fastens to a surface or material

Voorbeeld:
•
He used a screw to fasten the two pieces of wood together.
Hij gebruikte een schroef om de twee stukken hout aan elkaar te bevestigen.
•
Make sure the screw is tight.
Zorg ervoor dat de schroef vastzit.
2.

draai, omwenteling

an act of twisting or turning something

Voorbeeld:
•
Give the cap a gentle screw to open it.
Geef de dop een zachte draai om hem te openen.
•
He put a quick screw on the lid.
Hij gaf het deksel een snelle draai.

Werkwoord

1.

schroeven, vastschroeven

fasten or tighten (something) with a screw or screws

Voorbeeld:
•
He screwed the shelf to the wall.
Hij schroefde de plank aan de muur.
•
Can you help me screw this together?
Kun je me helpen dit aan elkaar te schroeven?
2.

draaien, verdraaien

twist or turn (something) around a fixed point or axis

Voorbeeld:
•
He screwed the lid onto the jar.
Hij draaide het deksel op de pot.
•
She screwed up her face in disgust.
Ze verwrong haar gezicht van walging.