Betekenis van het woord senior in het Nederlands

Wat betekent senior in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

senior

US /ˈsiː.njɚ/
UK /ˈsiː.ni.ər/
"senior" picture

Zelfstandig Naamwoord

1.

senior, oudere

a person who is older or of higher rank than someone else

Voorbeeld:
•
She is a senior manager in the company.
Zij is een senior manager in het bedrijf.
•
My grandfather is a senior citizen.
Mijn grootvader is een senior burger.
Antoniem:
2.

laatstejaars, eindexamenleerling

a student in the final year of high school or college

Voorbeeld:
•
She's a senior at the university, graduating next year.
Ze is een laatstejaars student aan de universiteit, volgend jaar studeert ze af.
•
The high school seniors are planning their prom.
De laatstejaars van de middelbare school plannen hun schoolbal.

Bijvoeglijk Naamwoord

1.

senior, ouder

of or for older people

Voorbeeld:
•
They offer discounts for senior citizens.
Ze bieden kortingen voor senioren.
•
The community center has a senior program.
Het gemeenschapscentrum heeft een seniorenprogramma.
Antoniem:
2.

senior, hoger in rang

of higher rank or longer in service

Voorbeeld:
•
He holds a senior position in the government.
Hij bekleedt een hogere functie in de regering.
•
She is the senior partner in the law firm.
Zij is de senior partner in het advocatenkantoor.
Antoniem: