Betekenis van het woord shack in het Nederlands

Wat betekent shack in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

shack

US /ʃæk/
UK /ʃæk/

Zelfstandig Naamwoord

hut, barak

a roughly built hut or cabin

Voorbeeld:
•
They lived in a small wooden shack by the river.
Ze woonden in een kleine houten hut aan de rivier.
•
The old fisherman's shack was weathered and worn.
De hut van de oude visser was verweerd en versleten.

Werkwoord

hokken, samenwonen

to live in or occupy a shack

Voorbeeld:
•
They decided to shack up together in a small apartment.
Ze besloten om samen te hokken in een klein appartement.
•
He used to shack up with his friends during college.
Hij hokte vroeger samen met zijn vrienden tijdens zijn studententijd.