Betekenis van het woord sheer in het Nederlands

Wat betekent sheer in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

sheer

US /ʃɪr/
UK /ʃɪər/
"sheer" picture

Bijvoeglijk Naamwoord

1.

puur, volledig, absoluut

nothing other than; unmitigated (used for emphasis)

Voorbeeld:
•
The success was due to sheer hard work.
Het succes was te danken aan puur hard werken.
•
It was sheer coincidence that we met.
Het was puur toeval dat we elkaar ontmoetten.
2.

steil, loodrecht

(especially of a cliff or wall) perpendicular or almost perpendicular

Voorbeeld:
•
The mountain had a sheer drop on one side.
De berg had aan één kant een steile afgrond.
•
They climbed the sheer rock face.
Ze beklommen de steile rotswand.
3.

doorzichtig, dun

(of a fabric or garment) very thin; diaphanous

Voorbeeld:
•
She wore a dress made of sheer silk.
Ze droeg een jurk van doorzichtige zijde.
•
The curtains were made of sheer lace.
De gordijnen waren gemaakt van doorzichtig kant.

Bijwoord

loodrecht, steil

perpendicularly

Voorbeeld:
•
The cliff rose sheer from the sea.
De klif rees loodrecht uit de zee.

Werkwoord

1.

afbreken, afscheuren

break off or cause to break off a rock face or other surface

Voorbeeld:
•
The ice sheered off the glacier.
Het ijs brak af van de gletsjer.
•
The top layer of rock sheered away.
De bovenste rotslaag brak af.
2.

uitwijken, van koers veranderen

change course or direction suddenly

Voorbeeld:
•
The boat sheered to the left.
De boot week plotseling naar links uit.
•
The car sheered away from the barrier.
De auto week van de barrière af.