Betekenis van het woord sizzle in het Nederlands

Wat betekent sizzle in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

sizzle

US /ˈsɪz.əl/
UK /ˈsɪz.əl/

Werkwoord

1.

sissen, bruisen

to make a hissing sound, as of frying fat

Voorbeeld:
•
The bacon began to sizzle in the hot pan.
Het spek begon te sissen in de hete pan.
•
The rain made the hot pavement sizzle.
De regen deed het hete trottoir sissen.
2.

bruisen, pit hebben

to be very exciting or impressive

Voorbeeld:
•
The new movie is really starting to sizzle at the box office.
De nieuwe film begint echt te bruisen aan de kassa.
•
Her performance had a lot of sizzle and energy.
Haar optreden had veel pit en energie.

Zelfstandig Naamwoord

1.

gesis, bruisen

a hissing sound, as of frying fat

Voorbeeld:
•
The delicious sizzle of the steak filled the kitchen.
Het heerlijke gesis van de biefstuk vulde de keuken.
•
We could hear the sizzle of the sausages on the grill.
We konden het gesis van de worstjes op de grill horen.
2.

pit, energie

excitement or intensity

Voorbeeld:
•
The new marketing campaign has a lot of sizzle.
De nieuwe marketingcampagne heeft veel pit.
•
The band's live performance had an undeniable sizzle.
Het live optreden van de band had een onmiskenbare pit.
Gerelateerd Woord: