Betekenis van het woord spit in het Nederlands
Wat betekent spit in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
spit
US /spɪt/
UK /spɪt/
Werkwoord
1.
spugen
to force saliva or food out of your mouth
Voorbeeld:
•
He spit out the bad-tasting medicine.
Hij spuugde de vies smakende medicijnen uit.
•
Don't spit on the floor!
Niet op de vloer spugen!
2.
spetteren, spuwen
(of a fire or something being cooked) to emit small drops of liquid or small pieces of something with a popping sound
Voorbeeld:
•
The bacon began to spit in the hot pan.
Het spek begon te spetteren in de hete pan.
•
The campfire spit sparks into the night.
Het kampvuur spuwde vonken de nacht in.
Zelfstandig Naamwoord
1.
spuug, speeksel
saliva, especially when ejected from the mouth
Voorbeeld:
•
There was a puddle of spit on the sidewalk.
Er lag een plas spuug op de stoep.
•
He wiped the spit from his chin.
Hij veegde het spuug van zijn kin.
2.
spit, braadspit
a thin, pointed rod on which meat is skewered for roasting over a fire
Voorbeeld:
•
The whole pig was roasted on a spit.
Het hele varken werd aan het spit gebraden.
•
They turned the lamb slowly on the spit.
Ze draaiden het lam langzaam aan het spit.
Gerelateerd Woord: