Betekenis van het woord subjects in het Nederlands

Wat betekent subjects in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

subjects

US /ˈsʌb.dʒɪkts/
UK /ˈsʌb.dʒɪkts/

Meervoudig Zelfstandig Naamwoord

1.

vakken, onderwerpen

areas of knowledge studied in a school or university

Voorbeeld:
•
My favorite subjects in school were history and literature.
Mijn favoriete vakken op school waren geschiedenis en literatuur.
•
She excels in all academic subjects.
Ze blinkt uit in alle academische vakken.
2.

onderwerpen, personen

people or things being discussed, described, or analyzed

Voorbeeld:
•
The main subjects of the debate were economic policy and healthcare.
De belangrijkste onderwerpen van het debat waren economisch beleid en gezondheidszorg.
•
The photographer often uses natural landscapes as his subjects.
De fotograaf gebruikt vaak natuurlijke landschappen als zijn onderwerpen.
3.

onderdanen, burgers

people under the rule of a monarch or government

Voorbeeld:
•
The king's loyal subjects gathered in the town square.
De loyale onderdanen van de koning verzamelden zich op het stadsplein.
•
All subjects of the empire were expected to pay taxes.
Alle onderdanen van het rijk moesten belasting betalen.