Betekenis van het woord surprise in het Nederlands

Wat betekent surprise in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

surprise

US /sɚˈpraɪz/
UK /səˈpraɪz/
"surprise" picture

Zelfstandig Naamwoord

1.

verrassing

an unexpected or astonishing event, fact, or thing

Voorbeeld:
•
Her sudden arrival was a complete surprise.
Haar plotselinge aankomst was een complete verrassing.
•
The party was a wonderful surprise for him.
Het feest was een prachtige verrassing voor hem.
2.

verbazing, verwondering

the feeling caused by something unexpected or astonishing

Voorbeeld:
•
He looked at her with surprise.
Hij keek haar aan met verbazing.
•
To my great surprise, she agreed.
Tot mijn grote verbazing stemde ze toe.

Werkwoord

verrassen, verbazen

cause (someone) to feel mild astonishment or shock

Voorbeeld:
•
The news didn't surprise me at all.
Het nieuws verraste me helemaal niet.
•
It would not surprise me if he resigned.
Het zou me niet verbazen als hij ontslag nam.