Betekenis van het woord term in het Nederlands

Wat betekent term in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

term

US /tɝːm/
UK /tɜːm/
"term" picture

Zelfstandig Naamwoord

1.

term, uitdrukking

a word or phrase used to describe a thing or to express a concept, especially in a particular kind of language or area of study

Voorbeeld:
•
The legal term 'habeas corpus' is often misunderstood.
De juridische term 'habeas corpus' wordt vaak verkeerd begrepen.
•
She used a technical term that I didn't understand.
Ze gebruikte een technische term die ik niet begreep.
2.

termijn, periode

a fixed or limited period for which something lasts or is intended to last

Voorbeeld:
•
The president's second term ends next year.
De tweede termijn van de president eindigt volgend jaar.
•
The contract has a term of five years.
Het contract heeft een looptijd van vijf jaar.
3.

voorwaarden, bepalingen

the conditions or arrangements that are part of an agreement, deal, or contract

Voorbeeld:
•
We need to agree on the terms of the deal.
We moeten het eens worden over de voorwaarden van de deal.
•
The company offers flexible payment terms.
Het bedrijf biedt flexibele betalingsvoorwaarden.

Werkwoord

noemen, betitelen

to give a name to; call

Voorbeeld:
•
He termed the new policy a 'disaster'.
Hij noemde het nieuwe beleid een 'ramp'.
•
The critics termed the play a masterpiece.
De critici noemden het stuk een meesterwerk.