Betekenis van het woord think in het Nederlands

Wat betekent think in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

think

US /θɪŋk/
UK /θɪŋk/
"think" picture

Werkwoord

1.

denken, vinden

have a particular opinion, belief, or idea about someone or something

Voorbeeld:
•
What do you think about the new policy?
Wat denk je van het nieuwe beleid?
•
I think she's a very talented artist.
Ik denk dat ze een zeer getalenteerde kunstenaar is.
2.

nadenken, overwegen

direct one's mind toward someone or something; use one's mind to consider or reason about something

Voorbeeld:
•
I need some time to think.
Ik heb wat tijd nodig om te denken.
•
He was thinking about his future.
Hij was aan het denken over zijn toekomst.
3.

voorstellen, bedenken

imagine or conceive of something

Voorbeeld:
•
Can you think of a better solution?
Kun je een betere oplossing bedenken?
•
I never thought I'd see you here.
Ik had nooit gedacht je hier te zien.

Zelfstandig Naamwoord

gedachte, overweging

an act of thinking

Voorbeeld:
•
Give it some think before you decide.
Geef het wat nadenken voordat je beslist.
•
That was a good think.
Dat was een goede gedachte.