Betekenis van het woord "to cross" in het Nederlands
Wat betekent "to cross" in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
to cross
US /tə krɔs/
UK /tə krɒs/
Werkwoord
1.
oversteken, doorkruisen
to go from one side to the other of (something)
Voorbeeld:
•
We need to cross the road carefully.
We moeten de weg voorzichtig oversteken.
•
The bridge allows people to cross the river.
De brug stelt mensen in staat de rivier over te steken.
2.
doorstrepen, kruisen
to draw a line or lines across (something)
Voorbeeld:
•
He used a pen to cross out the mistake.
Hij gebruikte een pen om de fout door te strepen.
•
You need to cross your 't's and dot your 'i's.
Je moet je 't's doorstrepen en je 'i's van een punt voorzien.
3.
over elkaar slaan, kruisen
to put (one's arms, legs, etc.) over one another
Voorbeeld:
•
She likes to cross her legs when she sits.
Ze houdt ervan haar benen over elkaar te slaan als ze zit.
•
He began to cross his arms in frustration.
Hij begon zijn armen over elkaar te slaan uit frustratie.
Gerelateerd Woord: