Betekenis van het woord tootle in het Nederlands

Wat betekent tootle in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

tootle

US /ˈtuː.t̬əl/
UK /ˈtuː.təl/

Werkwoord

1.

toeteren, fluiten

to make a soft, high sound with a horn or whistle

Voorbeeld:
The train began to tootle its horn as it approached the station.
De trein begon zijn hoorn te toeteren toen hij het station naderde.
He would often tootle a little tune on his flute.
Hij speelde vaak een klein deuntje op zijn fluit.
2.

toeren, rondrijden

to move or travel in a leisurely way

Voorbeeld:
We decided to tootle along the coast road.
We besloten langs de kustweg te toeren.
He'd often tootle off to the pub after work.
Hij ging vaak na het werk naar de kroeg.

Zelfstandig Naamwoord

getoeter, fluittoon

a soft, high sound made by a horn or whistle

Voorbeeld:
We heard the faint tootle of a distant horn.
We hoorden het zwakke getoeter van een verre hoorn.
The little boy gave a happy tootle on his toy trumpet.
Het jongetje gaf een vrolijk toetertje op zijn speelgoedtrombett.