Betekenis van het woord tour in het Nederlands

Wat betekent tour in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

tour

US /tʊr/
UK /tʊər/
"tour" picture

Zelfstandig Naamwoord

1.

rondreis, tournee

a journey for pleasure in which several different places are visited

Voorbeeld:
•
They went on a grand tour of Europe.
Ze gingen op een grote rondreis door Europa.
•
The band is going on a world tour next year.
De band gaat volgend jaar op wereldtournee.
2.

rondleiding, bezoek

a short trip to a place or around a building to see it

Voorbeeld:
•
We took a guided tour of the museum.
We maakten een rondleiding door het museum.
•
The factory offers daily tours to visitors.
De fabriek biedt dagelijkse rondleidingen aan bezoekers.

Werkwoord

toeren, rondreizen

to go on a tour of (a place or area)

Voorbeeld:
•
We plan to tour the national parks next summer.
We zijn van plan om volgende zomer de nationale parken te toeren.
•
The rock band will tour extensively to promote their new album.
De rockband zal uitgebreid toeren om hun nieuwe album te promoten.