Betekenis van het woord tricks in het Nederlands

Wat betekent tricks in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

tricks

US /trɪks/
UK /trɪks/

Meervoudig Zelfstandig Naamwoord

1.

trucs, streken

clever or cunning acts or schemes used to deceive or outwit someone

Voorbeeld:
•
He used all his old tricks to win the game.
Hij gebruikte al zijn oude trucs om het spel te winnen.
•
The magician performed several amazing card tricks.
De goochelaar voerde verschillende verbazingwekkende kaarttrucs uit.
2.

streken, grappen

mischievous or playful actions

Voorbeeld:
•
The children were playing tricks on each other.
De kinderen haalden streken uit met elkaar.
•
He's always up to some new tricks.
Hij is altijd bezig met nieuwe streken.