Betekenis van het woord tripping in het Nederlands

Wat betekent tripping in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

tripping

US /ˈtrɪpɪŋ/
UK /ˈtrɪpɪŋ/

Werkwoord

1.

struikelen, vallen

catch one's foot on something and stumble or fall

Voorbeeld:
•
He was tripping over his own feet.
Hij was over zijn eigen voeten aan het struikelen.
•
Be careful not to go tripping down the stairs.
Pas op dat je niet de trap af valt.
2.

reizen, uitstapje maken

go on a journey or excursion

Voorbeeld:
•
We're tripping to the mountains next weekend.
We gaan volgend weekend op reis naar de bergen.
•
They spent the summer tripping around Europe.
Ze brachten de zomer reizend door Europa door.
3.

uitslaan, afgaan

(of a light or meter) activate or be activated by a fault or by remote control

Voorbeeld:
•
The circuit breaker kept tripping.
De stroomonderbreker bleef uitslaan.
•
The alarm was tripping every few minutes.
Het alarm ging elke paar minuten af.

Bijvoeglijk Naamwoord

trippend, onder invloed van drugs

experiencing the hallucinatory effects of a psychedelic drug

Voorbeeld:
•
He was tripping on acid at the concert.
Hij was aan het trippen op acid tijdens het concert.
•
She looked like she was completely tripping.
Ze zag eruit alsof ze volledig aan het trippen was.