Betekenis van het woord unbelief in het Nederlands

Wat betekent unbelief in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

unbelief

US /ˌʌn.bɪˈliːf/
UK /ˌʌn.bɪˈliːf/

Zelfstandig Naamwoord

1.

ongeloof

lack of belief, especially in religious matters

Voorbeeld:
His unbelief in God was a source of conflict with his family.
Zijn ongeloof in God was een bron van conflict met zijn familie.
The rise of scientific thought often led to increased unbelief in traditional myths.
De opkomst van wetenschappelijk denken leidde vaak tot toenemend ongeloof in traditionele mythen.
2.

ongeloof, twijfel

a state of doubt or skepticism

Voorbeeld:
She listened to his wild story with a look of utter unbelief.
Ze luisterde naar zijn wilde verhaal met een blik van volslagen ongeloof.
There was a moment of shocked unbelief before the audience erupted in applause.
Er was een moment van geschokt ongeloof voordat het publiek in applaus uitbarstte.