Betekenis van het woord vicar in het Nederlands
Wat betekent vicar in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
vicar
US /ˈvɪk.ɚ/
UK /ˈvɪk.ər/
Zelfstandig Naamwoord
dominee, predikant
a clergyman in charge of a parish in the Anglican Church, or (in the Roman Catholic Church) a cleric acting as a deputy for a bishop
Voorbeeld:
•
The vicar delivered a moving sermon on Sunday.
De dominee hield zondag een ontroerende preek.
•
She consulted the vicar for advice on her spiritual journey.
Ze raadpleegde de dominee voor advies over haar spirituele reis.