Betekenis van het woord visa in het Nederlands

Wat betekent visa in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

visa

US /ˈviː.zə/
UK /ˈviː.zə/
"visa" picture

Zelfstandig Naamwoord

visum

an endorsement issued by an authorized representative of a country and marked in the passport of an applicant, indicating that the applicant's credentials have been examined and that they are permitted to enter the country for a specified purpose and for a limited period.

Voorbeeld:
•
I need to apply for a visa to travel to that country.
Ik moet een visum aanvragen om naar dat land te reizen.
•
Her student visa expires next month.
Haar studentenvisum verloopt volgende maand.

Werkwoord

viseren, een visum verlenen

to endorse a passport with a visa.

Voorbeeld:
•
The embassy will visa your passport after reviewing your application.
De ambassade zal uw paspoort viseren na het beoordelen van uw aanvraag.
•
He had his passport visaed for multiple entries.
Zijn paspoort was geviseerd voor meerdere binnenkomsten.

Handelsmerk

Visa, Visa-kaart

a brand of credit card.

Voorbeeld:
•
I paid with my Visa card.
Ik betaalde met mijn Visa kaart.
•
Do you accept Visa?
Accepteert u Visa?
Gerelateerd Woord: