Betekenis van het woord warm in het Nederlands

Wat betekent warm in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

warm

US /wɔːrm/
UK /wɔːm/
"warm" picture

Bijvoeglijk Naamwoord

1.

warm

having or giving out a moderate degree of heat; not hot or cold

Voorbeeld:
•
The sun felt warm on my skin.
De zon voelde warm op mijn huid.
•
She put on a warm coat.
Ze trok een warme jas aan.
Antoniem:
2.

warm, hartelijk

having or showing enthusiasm, affection, or kindness

Voorbeeld:
•
She gave him a warm smile.
Ze gaf hem een warme glimlach.
•
They received a warm welcome.
Ze kregen een warm welkom.

Werkwoord

opwarmen, verwarmen

make or become warm

Voorbeeld:
•
I need to warm up my hands.
Ik moet mijn handen opwarmen.
•
The soup will warm you up.
De soep zal je opwarmen.
Antoniem:

Bijwoord

warm, hartelijk

in a warm manner

Voorbeeld:
•
She smiled warmly at him.
Ze glimlachte warm naar hem.
•
Dress warmly, it's cold outside.
Kleed je warm aan, het is koud buiten.