Betekenis van het woord zigzag in het Nederlands

Wat betekent zigzag in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

zigzag

US /ˈzɪɡ.zæɡ/
UK /ˈzɪɡ.zæɡ/
"zigzag" picture

Zelfstandig Naamwoord

zigzag

a line or course having abrupt alternate right and left turns

Voorbeeld:
•
The path followed a steep zigzag up the hillside.
Het pad volgde een steile zigzag de heuvel op.
•
The lightning bolt formed a sharp zigzag across the sky.
De bliksemflits vormde een scherpe zigzag aan de hemel.

Bijvoeglijk Naamwoord

zigzag, kronkelig

having a zigzag shape or course

Voorbeeld:
•
The children drew zigzag lines on the paper.
De kinderen tekenden zigzaglijnen op het papier.
•
We followed the zigzag trail through the forest.
We volgden het zigzagpad door het bos.

Bijwoord

zigzag

in a zigzag course or pattern

Voorbeeld:
•
The rabbit ran zigzag across the field to escape the fox.
Het konijn rende zigzag over het veld om aan de vos te ontsnappen.
•
The skier moved zigzag down the slope.
De skiër bewoog zigzag de helling af.

Werkwoord

zigzaggen

to move or proceed in a zigzag course or pattern

Voorbeeld:
•
The car had to zigzag through the cones on the road.
De auto moest zigzaggen door de pionnen op de weg.
•
The drunk man began to zigzag down the street.
De dronken man begon de straat af te zigzaggen.
Gerelateerd Woord: