Betekenis van het woord affect in het Nederlands

Wat betekent affect in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

affect

US /əˈfekt/
UK /əˈfekt/
"affect" picture

Werkwoord

1.

beïnvloeden, aantasten

have an effect on; make a difference to

Voorbeeld:
•
The weather will affect our travel plans.
Het weer zal onze reisplannen beïnvloeden.
•
His decision will directly affect your future.
Zijn beslissing zal direct jouw toekomst beïnvloeden.
2.

aandoen, raken

touch the feelings of (someone); move emotionally

Voorbeeld:
•
The sad story deeply affected her.
Het trieste verhaal raakte haar diep.
•
He was visibly affected by the news.
Hij was zichtbaar aangedaan door het nieuws.
3.

veinzen, aannemen

pretend to have or feel (something)

Voorbeeld:
•
He affected an air of nonchalance.
Hij veinsde een lucht van nonchalance.
•
She affected a British accent to impress them.
Ze deed alsof ze een Brits accent had om indruk op hen te maken.