Betekenis van het woord assault in het Nederlands

Wat betekent assault in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

assault

US /əˈsɑːlt/
UK /əˈsɒlt/
"assault" picture

Zelfstandig Naamwoord

1.

aanval, mishandeling

a physical attack

Voorbeeld:
•
He was charged with assault after the bar fight.
Hij werd aangeklaagd wegens mishandeling na het bargeschil.
•
The victim suffered a brutal assault.
Het slachtoffer onderging een brute aanval.
2.

aanval, poging

a concerted attempt to do something demanding

Voorbeeld:
•
The company launched an assault on the competitor's market share.
Het bedrijf lanceerde een aanval op het marktaandeel van de concurrent.
•
The team made a strong assault on the summit.
Het team deed een krachtige aanval op de top.

Werkwoord

aanvallen, mishandelen

make a physical attack on

Voorbeeld:
•
The gang members decided to assault their rivals.
De bendeleden besloten hun rivalen te aanvallen.
•
He threatened to assault anyone who stood in his way.
Hij dreigde iedereen die hem in de weg stond te mishandelen.