Betekenis van het woord bite in het Nederlands

Wat betekent bite in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

bite

US /baɪt/
UK /baɪt/
"bite" picture

Werkwoord

1.

bijten, hap

to cut into or grip with the teeth

Voorbeeld:
•
The dog might bite if you get too close.
De hond kan bijten als je te dichtbij komt.
•
She took a big bite out of the apple.
Ze nam een grote hap uit de appel.
2.

bijten, aantasten

to have an effect, especially a negative one

Voorbeeld:
•
The high taxes really bite into our savings.
De hoge belastingen vreten echt aan onze spaargelden.
•
The cold wind began to bite.
De koude wind begon te bijten.

Zelfstandig Naamwoord

1.

beet, hap

an act of biting

Voorbeeld:
•
The dog gave a playful bite.
De hond gaf een speelse beet.
•
He felt a sharp bite on his arm.
Hij voelde een scherpe beet op zijn arm.
2.

hapje, snack

a small meal or snack

Voorbeeld:
•
Let's grab a quick bite before the movie.
Laten we snel een hapje eten voor de film.
•
I need a bite to eat.
Ik moet een hapje eten.