Betekenis van het woord deck in het Nederlands

Wat betekent deck in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

deck

US /dek/
UK /dek/
"deck" picture

Zelfstandig Naamwoord

1.

dek

a flat open platform on a ship or boat

Voorbeeld:
•
We stood on the deck watching the sunset.
We stonden op het dek naar de zonsondergang te kijken.
•
The crew was busy cleaning the main deck.
De bemanning was druk bezig met het schoonmaken van het hoofddek.
2.

kaartspel, dek kaarten

a pack of playing cards

Voorbeeld:
•
He shuffled the deck before dealing the cards.
Hij schudde het dek voordat hij de kaarten deelde.
•
Pick a card from the top of the deck.
Kies een kaart van de bovenkant van het dek.
3.

terras, vlonder

a wooden platform built onto the back of a house

Voorbeeld:
•
We had a barbecue on the new deck.
We hadden een barbecue op het nieuwe terras.
•
The kids love playing on the backyard deck.
De kinderen spelen graag op het terras in de achtertuin.

Werkwoord

1.

versieren, optuigen

to decorate or adorn something

Voorbeeld:
•
They decked the halls with boughs of holly.
Ze versierden de zalen met hulsttakken.
•
The Christmas tree was beautifully decked with ornaments.
De kerstboom was prachtig versierd met ornamenten.
2.

neerslaan, vloeren

to knock someone to the ground with a punch or blow

Voorbeeld:
•
He decked his opponent with a single punch.
Hij sloeg zijn tegenstander met één klap neer.
•
The boxer managed to deck his challenger in the first round.
De bokser slaagde erin zijn uitdager in de eerste ronde neer te slaan.