Betekenis van het woord firm in het Nederlands

Wat betekent firm in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

firm

US /fɝːm/
UK /fɜːm/
"firm" picture

Bijvoeglijk Naamwoord

1.

stevig, vast

having a solid, almost unyielding surface or structure

Voorbeeld:
•
The ground was firm after the rain.
De grond was stevig na de regen.
•
She prefers a firm mattress.
Ze geeft de voorkeur aan een stevig matras.
2.

vast, standvastig

strongly felt or decided; not wavering

Voorbeeld:
•
He took a firm stand on the issue.
Hij nam een vast standpunt in over de kwestie.
•
She has a firm belief in justice.
Ze heeft een vast geloof in gerechtigheid.

Zelfstandig Naamwoord

bedrijf, firma

a business concern, especially one offering professional services

Voorbeeld:
•
He works for a law firm.
Hij werkt voor een advocatenkantoor.
•
The accounting firm handles many large clients.
Het accountantskantoor bedient veel grote klanten.

Werkwoord

verstevigen, harder maken

to make something firm or firmer

Voorbeeld:
•
The concrete needs time to firm up.
Het beton heeft tijd nodig om hard te worden.
•
The company decided to firm up its policies.
Het bedrijf besloot zijn beleid te verstevigen.