Betekenis van het woord knot in het Nederlands

Wat betekent knot in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

knot

US /nɑːt/
UK /nɒt/
"knot" picture

Zelfstandig Naamwoord

1.

knoop

a fastening made by tying a piece of string, rope, or something similar

Voorbeeld:
•
Tie a knot in the rope.
Leg een knoop in het touw.
•
The shoelace came undone because the knot was loose.
De schoenveter ging los omdat de knoop los zat.
2.

noest, kwast

a hard, rough area on a tree trunk or branch where a branch has grown out

Voorbeeld:
•
The old wooden table had many visible knots.
De oude houten tafel had veel zichtbare noesten.
•
He tried to cut through the log, but a large knot made it difficult.
Hij probeerde door de boomstam te zagen, maar een grote noest maakte het moeilijk.
3.

knoop, spierknoop

a tight, painful feeling in a muscle or part of the body

Voorbeeld:
•
She felt a knot of tension in her stomach.
Ze voelde een knoop van spanning in haar maag.
•
He had a painful knot in his shoulder after working out.
Hij had een pijnlijke knoop in zijn schouder na het sporten.

Werkwoord

knopen, vastknopen

fasten (something) with a knot

Voorbeeld:
•
He carefully knotted the tie.
Hij knoopte de stropdas zorgvuldig.
•
She knotted her hair into a bun.
Ze knoopte haar haar in een knot.