Betekenis van het woord pain in het Nederlands

Wat betekent pain in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

pain

US /peɪn/
UK /peɪn/
"pain" picture

Zelfstandig Naamwoord

1.

pijn

highly unpleasant physical sensation caused by illness or injury

Voorbeeld:
•
She felt a sharp pain in her leg.
Ze voelde een scherpe pijn in haar been.
•
The medication helped to relieve the pain.
De medicatie hielp de pijn te verlichten.
2.

pijn, leed, verdriet

mental suffering or distress

Voorbeeld:
•
The loss of her pet caused her great emotional pain.
Het verlies van haar huisdier veroorzaakte haar grote emotionele pijn.
•
He spoke of the pain of loneliness.
Hij sprak over de pijn van eenzaamheid.

Werkwoord

pijn doen, kwellen

cause mental or physical suffering to

Voorbeeld:
•
It pains me to see you so unhappy.
Het doet me pijn je zo ongelukkig te zien.
•
The old injury still pains him from time to time.
De oude blessure doet hem van tijd tot tijd nog steeds pijn.