Betekenis van het woord reign in het Nederlands

Wat betekent reign in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

reign

US /reɪn/
UK /reɪn/
"reign" picture

Zelfstandig Naamwoord

1.

regering, regeerperiode

the period during which a sovereign rules

Voorbeeld:
•
Queen Victoria's reign lasted for 63 years.
De regering van koningin Victoria duurde 63 jaar.
•
During his reign, the country experienced great prosperity.
Tijdens zijn regering kende het land grote welvaart.
2.

heerschappij, soevereiniteit

the position or power of being a monarch or ruler

Voorbeeld:
•
The king ascended to the reign after his father's death.
De koning besteeg de troon na de dood van zijn vader.
•
The queen's reign was marked by peace and stability.
De regering van de koningin werd gekenmerkt door vrede en stabiliteit.

Werkwoord

1.

regeren, heersen

hold royal office; rule as sovereign

Voorbeeld:
•
Queen Elizabeth II has reigned for over 70 years.
Koningin Elizabeth II heeft meer dan 70 jaar geregeerd.
•
He was destined to reign over a vast empire.
Hij was voorbestemd om over een uitgestrekt rijk te regeren.
2.

heersen, domineren

be the dominant controlling power or influence

Voorbeeld:
•
Chaos seemed to reign in the streets.
Chaos leek te heersen in de straten.
•
Silence reigned in the empty hall.
Stilte heerste in de lege hal.