Betekenis van het woord command in het Nederlands

Wat betekent command in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

command

US /kəˈmænd/
UK /kəˈmɑːnd/
"command" picture

Zelfstandig Naamwoord

1.

bevel, opdracht

an authoritative order

Voorbeeld:
•
The officer gave a clear command to his troops.
De officier gaf een duidelijk bevel aan zijn troepen.
•
He issued a command for the gates to be opened.
Hij gaf een bevel om de poorten te openen.
2.

beheersing, controle, gezag

control over someone or something

Voorbeeld:
•
She has excellent command of the English language.
Ze heeft een uitstekende beheersing van de Engelse taal.
•
The general took command of the army.
De generaal nam het bevel over het leger.

Werkwoord

1.

bevelen, gebieden

give an authoritative order

Voorbeeld:
•
The general commanded his troops to advance.
De generaal beval zijn troepen op te rukken.
•
He commanded silence in the room.
Hij beval stilte in de kamer.
2.

bevel voeren over, controleren, domineren

have authority over; control

Voorbeeld:
•
He commands a large division of the army.
Hij voert het bevel over een grote divisie van het leger.
•
The castle commands a view of the entire valley.
Het kasteel biedt uitzicht op de hele vallei.