Betekenis van het woord row in het Nederlands

Wat betekent row in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

row

US /roʊ/
UK /rəʊ/
"row" picture

Zelfstandig Naamwoord

1.

rij

a line of people or things arranged side by side

Voorbeeld:
•
The children sat in a row.
De kinderen zaten op een rij.
•
Plant the seeds in straight rows.
Plant de zaden in rechte rijen.
2.

ruzie, geschil

a noisy argument or quarrel

Voorbeeld:
•
They had a big row about money.
Ze hadden een grote ruzie over geld.
•
The neighbors are always having a row.
De buren hebben altijd ruzie.
3.

rij

a line of seats in a theater, cinema, or other public place

Voorbeeld:
•
We had tickets for the front row.
We hadden kaartjes voor de voorste rij.
•
Please move to the next row.
Ga alstublieft naar de volgende rij.

Werkwoord

1.

roeien

propel a boat with oars

Voorbeeld:
•
He learned to row a boat on the lake.
Hij leerde een boot roeien op het meer.
•
They decided to row across the river.
Ze besloten de rivier over te roeien.
2.

ruziën, bekvechten

to have a noisy argument or quarrel

Voorbeeld:
•
They often row about trivial things.
Ze ruziën vaak over triviale dingen.
•
Don't row with your parents.
Maak geen ruzie met je ouders.