Betekenis van het woord spouse in het Nederlands

Wat betekent spouse in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

spouse

US /spaʊs/
UK /spaʊs/
"spouse" picture

Zelfstandig Naamwoord

echtgenoot, echtgenote, partner

a husband or wife, considered in relation to their partner

Voorbeeld:
•
Each spouse must sign the document.
Elke echtgenoot moet het document ondertekenen.
•
She introduced her spouse at the party.
Ze stelde haar echtgenoot voor op het feest.

Werkwoord

trouwen, huwen

to be married to (someone)

Voorbeeld:
•
He was spoused to a woman from a noble family.
Hij was getrouwd met een vrouw uit een adellijke familie.
•
They plan to spouse their children to strengthen family ties.
Ze zijn van plan hun kinderen te huwen om familiebanden te versterken.
Gerelateerd Woord: