Betekenis van het woord steal in het Nederlands

Wat betekent steal in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

steal

US /stiːl/
UK /stiːl/
"steal" picture

Werkwoord

1.

stelen, ontvreemden

take (another person's property) without permission or legal right and without intending to return it

Voorbeeld:
•
He tried to steal a car.
Hij probeerde een auto te stelen.
•
Someone stole my wallet.
Iemand heeft mijn portemonnee gestolen.
2.

sluipen, wegglippen

move silently or furtively

Voorbeeld:
•
He tried to steal out of the room unnoticed.
Hij probeerde onopgemerkt de kamer uit te sluipen.
•
The cat stole silently through the grass.
De kat sloop geruisloos door het gras.

Zelfstandig Naamwoord

diefstal, roof

an act of stealing

Voorbeeld:
•
The police are investigating a recent car steal.
De politie onderzoekt een recente autodiefstal.
•
It was a daring steal from the museum.
Het was een gewaagde diefstal uit het museum.