Betekenis van het woord traveled in het Nederlands

Wat betekent traveled in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

traveled

US /ˈtræv.əld/
UK /ˈtræv.əld/

Verleden Tijd

reisde, ging

to go from one place to another, typically over a distance

Voorbeeld:
•
We traveled across Europe last summer.
We reisden door Europa vorige zomer.
•
The news traveled fast through the town.
Het nieuws verspreidde zich snel door de stad.

Bijvoeglijk Naamwoord

bereisd, ervaren in reizen

having journeyed to many places; experienced in travel

Voorbeeld:
•
He is a well-traveled man, having visited over 50 countries.
Hij is een veel bereisde man, die meer dan 50 landen heeft bezocht.
•
Her traveled experiences gave her a unique perspective.
Haar reiservaringen gaven haar een uniek perspectief.