Betekenis van het woord traveller in het Nederlands

Wat betekent traveller in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

traveller

US /ˈtræv.əl.ɚ/
UK /ˈtræv.əl.ər/

Zelfstandig Naamwoord

reiziger

a person who travels or is traveling

Voorbeeld:
•
She is an experienced world traveller.
Zij is een ervaren wereldreiziger.
•
The train was full of daily travellers commuting to work.
De trein zat vol met dagelijkse reizigers die naar hun werk pendelden.