Betekenis van het woord trot in het Nederlands

Wat betekent trot in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

trot

US /trɑːt/
UK /trɒt/
"trot" picture

Zelfstandig Naamwoord

1.

draf

a pace of a horse or other quadruped, faster than a walk and slower than a canter or gallop, in which diagonal pairs of legs move forward at the same time with a suspended moment between each beat

Voorbeeld:
•
The horse broke into a steady trot.
Het paard begon in een gestage draf.
•
She enjoyed the rhythmic trot of her pony.
Ze genoot van de ritmische draf van haar pony.
2.

snelle wandeling, drafje

a quick walk

Voorbeeld:
•
He went for a quick trot around the block.
Hij maakte een snelle wandeling rond het blok.
•
Let's take a little trot down to the store.
Laten we een klein stukje naar de winkel lopen.

Werkwoord

1.

draffen

of a horse or other quadruped) move at a trot

Voorbeeld:
•
The horses trotted around the track.
De paarden draafden rond de baan.
•
She watched the pony trot gracefully across the field.
Ze keek hoe de pony gracieus over het veld draafde.
2.

snel lopen, draafje maken

walk or go somewhere in a quick or brisk way

Voorbeeld:
•
She trotted over to greet her friends.
Ze draafde naar haar vrienden om hen te begroeten.
•
He trotted off to bed after a long day.
Hij draafde na een lange dag naar bed.