Betekenis van het woord visiting in het Nederlands

Wat betekent visiting in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

visiting

US /ˈvɪz.ɪ.t̬ɪŋ/
UK /ˈvɪz.ɪ.tɪŋ/
"visiting" picture

Zelfstandig Naamwoord

bezoek

the action of visiting someone or somewhere

Voorbeeld:
•
We enjoyed our visiting to the museum.
We hebben genoten van ons bezoek aan het museum.
•
Her visiting hours are from 2 PM to 4 PM.
Haar bezoektijden zijn van 14.00 tot 16.00 uur.

Werkwoord

bezoeken

going to see and spend time with (someone) socially or as a tourist

Voorbeeld:
•
They are visiting their grandparents this weekend.
Ze bezoeken hun grootouders dit weekend.
•
We spent the day visiting historical sites.
We brachten de dag door met het bezoeken van historische plaatsen.

Bijvoeglijk Naamwoord

bezoekend, gast-

relating to or used for visits

Voorbeeld:
•
The hospital has strict visiting policies.
Het ziekenhuis heeft strikte bezoekregels.
•
She is a visiting professor at the university.
Zij is een gastprofessor aan de universiteit.