Betekenis van het woord grass in het Nederlands

Wat betekent grass in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

grass

US /ɡræs/
UK /ɡrɑːs/
"grass" picture

Zelfstandig Naamwoord

1.

gras

widespread green plant with narrow leaves, grown in lawns and pastures, and as fodder for grazing animals

Voorbeeld:
•
The sheep were grazing on the fresh grass.
De schapen graasden op het verse gras.
•
He mowed the grass in the backyard.
Hij maaide het gras in de achtertuin.
2.

wiet, marihuana

(slang) marijuana

Voorbeeld:
•
He was caught with a small amount of grass.
Hij werd betrapt met een kleine hoeveelheid wiet.
•
They used to smoke grass in college.
Ze rookten vroeger wiet op de universiteit.

Werkwoord

verlinken, klikken

(slang) to act as an informer, especially to the police

Voorbeeld:
•
He threatened to grass on his accomplices if they didn't give him a bigger cut.
Hij dreigde zijn medeplichtigen te verlinken als ze hem geen groter deel gaven.
•
The police offered him a deal if he would grass on the gang leader.
De politie bood hem een deal aan als hij de bendeleider zou verlinken.