Betekenis van het woord tell in het Nederlands

Wat betekent tell in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

tell

US /tel/
UK /tel/
"tell" picture

Werkwoord

1.

vertellen, zeggen

to communicate information, a story, or a message to someone by speaking or writing

Voorbeeld:
•
Can you tell me your name?
Kun je me je naam vertellen?
•
She likes to tell stories to her grandchildren.
Ze houdt ervan om verhalen aan haar kleinkinderen te vertellen.
2.

onderscheiden, herkennen

to distinguish or discern something

Voorbeeld:
•
I can't tell the difference between the two.
Ik kan het verschil tussen die twee niet zien.
•
You can always tell a true friend.
Je kunt altijd een echte vriend herkennen.
3.

zeggen, opdragen

to order or instruct someone to do something

Voorbeeld:
•
I told him to leave immediately.
Ik zei hem onmiddellijk te vertrekken.
•
The teacher told the students to open their books.
De leraar zei de studenten hun boeken te openen.

Zelfstandig Naamwoord

teken, aanwijzing

a piece of information or a secret that is revealed

Voorbeeld:
•
That's a tell, he's bluffing.
Dat is een teken, hij bluft.
•
His nervous habit was a dead tell.
Zijn nerveuze gewoonte was een duidelijke aanwijzing.